FSO weet haar positie te verstevigen

De rol van de Federatie Slachtoffer Organisaties (FSO), opgericht in 2009, heeft in de afgelopen jaren steeds meer inhoud gekregen. De federatie is in tal van overlegstructuren een onmisbare gesprekspartner. Een van de aangesloten organisaties is de Stichting NAH Zorg: een cliëntservicebureau dat mensen met niet-aangeboren hersenletsel vanuit een multidisciplinair netwerk ondersteunt. Wiebe de Boer is zowel voorzitter van de Stichting NAH Zorg als voorzitter van de FSO. In een gesprek met hem licht hij de doelstellingen en activiteiten van beide organisaties toe.

In februari 1990 werd Wiebe de Boer van achteren aangereden door een auto die veel harder reed dan hij. Hij kon daarna zijn weg wel vervolgen, maar de dagen en weken erna ging hij zich steeds slechter voelen. De diagnose luidde aanvankelijk whiplashlaesie, maar maanden later werd een traumatisch hersenletsel vastgesteld. Ondanks zijn blijvende arbeidsongeschiktheid nam Wiebe de Boer zich voor niet bij de pakken neer te zitten. Hij besloot zich in te zetten voor lotgenoten, verkeersslachtoffers met nietaangeboren hersenletsel, en richtte daartoe in 2001 de stichting NAH Zorg op.

Netwerkorganisatie
NAH Zorg – NAH staat voor niet-aangeboren hersenletsel – is nu een door de overheid erkende netwerkorganisatie die zich op rehabilitatie van slachtoffers met een traumatisch hersenletsel richt. NAH Zorg functioneert enerzijds als een collectieve belangenbehartiger voor verkeersslachtoffers en hun naasten of nabestaanden en anderzijds als een cliëntservicebureau dat specifieke zorg organiseert voor mensen met een doorgaans ernstig niet-aangeboren hersenletsel. “Dat doen we over heel Nederland”, licht Wiebe de Boer toe. “We bieden menselijk maatwerk en ontzorgen mensen en families gedurende het traject dat ze na een ongeval hebben te gaan.” Het traject waar De Boer op doelt, bestaat uit een tiental stappen en omvat hulp of begeleiding op medisch en juridisch gebied en ten aanzien van contra-expertises, schaderegeling, arbeidsongeschiktheid, re-integratie en rehabilitatie (het teruggeven van iemands waardigheid). NAH Zorg beschikt daartoe over een netwerk van ongeveer tachtig zzp’ers, onder wie circa twintig praktijkbegeleiders. Zij sturen coaches aan die opgeleid zijn om mensen met een niet-aangeboren hersenletsel professioneel te begeleiden. De kosten daarvan worden vanuit de AWBZ, de Wmo en door aansprakelijkheidsverzekeraars betaald. “Dicht bij de mensen, van mens tot mens, dat is onze aanpak”, aldus De Boer. “Net als de verzekeraars willen we er zo snel mogelijk bij zijn, zodat het zo weinig mogelijk gaat kosten wat geld betreft en, nog belangrijker, wat levensvreugde betreft.”

Geen zee te hoog
Geen zee gaat Wiebe de Boer te hoog om nieuwe vormen van hulp te organiseren of de belangenbehartiging een nieuwe invulling te geven. Zo kunnen cliënten van NAH Zorg terecht in een NAH Hotel, waar ze in een prikkelarme omgeving op adem kunnen komen en diverse behandelingen kunnen ondergaan. Om met lotgenoten in een ontspannen sfeer ervaringen te delen is er de NAH Vereniging en worden NAH Cafés georganiseerd. Opdat slachtoffers precies weten wat er eigenlijk is gebeurd, laat NAH Zorg studenten van de TU Delft, onder leiding van een hoogleraar, quick scans van ongevallen maken. Praktische huishoudelijke hulp biedt NAH Zorg aan in samenwerking met de landelijke thuiszorgorganisatie PrivaZorg. Met het Medisch Centrum Leeuwarden is een overeenkomst gesloten zodat zo snel mogelijk nadat een hersenletsel is opgetreden, de juiste nazorg kan worden verleend. In samenwerking met een nucleair geneeskundige in Leeuwarden wordt de toepassing gepropageerd van zogenoemde spect-scans, waarmee hersenletsel eerder en beter in beeld kan worden gebracht. NAH Zorg is verder en niet zelden als initiatiefnemer betrokken bij de organisatie van tal van betekenisvolle activiteiten als symposia over verkeersveiligheid, schoolbezoeken door jonge verkeersslachtoffers, herdenkingen van verkeersslachtoffers et cetera.

Overkoepeling
Juist vanwege diens brede aanpak van problemen van slachtoffers werd Wiebe de Boer in 2009 verzocht zich in te zetten voor de oprichting van een koepel van slachtofferorganisaties. In de jaren ervoor was de behoefte aan zo’n koepel sterk toegenomen. Het uiteenvallen of opdelen van organisaties en ook het kwijnend bestaan van diverse verenigingen – mensen willen nog wel aan evenementen deelnemen, maar niet langer lid van een vereniging zijn – had tot een versnippering van dit maatschappelijke veld geleid. Omdat nauwelijks nog duidelijk was welke instelling over welke specifieke problematiek kon worden aangesproken, groeide de behoefte aan één aanspreekpunt voor vraagstukken ten aanzien van voornamelijk slachtoffers van verkeersongevallen. In die behoefte wordt nu voorzien door de Federatie Slachtoffer Organisaties (FSO). In deze federatie zijn momenteel verenigd de Stichting NAH Zorg, de Vereniging Verkeersslachtoffers (VVS) en de Stichting Hersenletsel Organisaties Nederland (SHON), een overkoepelende organisatie van een tiental patiëntenverenigingen, gericht op mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Het is de verwachting dat in de nabije toekomst nog andere organisaties zich bij de FSO zullen aansluiten. De FSO streeft naar samenwerking tussen de aangesloten organisaties, het versterken van de positie van slachtoffers, de re-integratie van slachtoffers in de samenleving en de bewustwording op het gebied van verkeersveiligheid bij publiek en ambtsdragers.

Positie in overleg
De FSO heeft sinds de oprichting ervan in 2009 al een behoorlijk stevige positie in het overleg over slachtofferen letselschadekwesties kunnen innemen. Jaarlijks vindt minstens één keer, en zo mogelijk vaker, overleg plaats met het PIV, de Vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat en met provinciale overheden. Dit overleg met provinciale overheden betreft voornamelijk de verkeersveiligheid in de provincies. “In Friesland zijn de black spots waar veel ongelukken gebeurden, al tien jaar verdwenen”, aldus De Boer. “Toch gebeuren er nog heel veel ongelukken. Elk jaar zijn er minder verkeersdoden in Nederland, dus het gaat goed, zegt iedereen dan. Maar het gaat helemaal niet goed, want jaarlijks zijn er nog heel veel zwaargewonden en dit aantal stijgt nog steeds, momenteel met meer dan vijf procent per jaar. Daarom proberen we met de provincies allerlei maatregelen te nemen. Ons betrekken ze daar ook bij om de ellendige verhalen op tafel te krijgen en daar vervolgens uit te leren. Op grond van het leed dat wij hen laten zien, kunnen ze visies ontwikkelen en gedragsbeïnvloeding aanpakken. Daar worden goede stappen in gezet.”

Denktank
Sinds enige tijd is de FSO ook bij de activiteiten van De Letselschade Raad betrokken. De federatie participeert onder meer in diverse project- en werkgroepen van De Letselschade Raad. “In die werkgroepen kon ik niet altijd mijn verhaal goed kwijt”, aldus De Boer. “Daarom hebben wij onlangs na een gesprek met Aleid Wolfsen, voorzitter van het Platform van De Letselschade Raad, een denktank opgericht. Behalve de FSO zitten daar De Letselschade Raad, Slachtofferhulp Nederland en de ANWB in, evenals Theo Kremer namens het PIV. We hebben al een prettig gesprek met elkaar gehad en het is de bedoeling dat we vier keer per jaar bij elkaar komen. Onze insteek in dit verband, en ik meen dat het PIV er ook zo over denkt, is dat we slachtoffers van een verkeersongeval zo snel mogelijk van zorg kunnen voorzien, zowel vanuit de AWBZ als vanuit de WA-verzekeraars. Thuishulp in de eerste zes weken is daar een belangrijk onderdeel van. Door zo snel mogelijk hulp te bieden, kunnen we voorkomen dat mensen verder achteruitgaan.” De Boer wil bovendien bereiken dat verkeersslachtoffers zo min mogelijk met bureaucratie en verschillende instanties te maken krijgen. Hij zegt: “De rijksoverheid wil veel naar provincies en gemeenten decentraliseren. Dat is voor een deel een goede zaak, want daardoor komen de activiteiten dichter bij de mensen om wie het gaat. Aan de andere kant zie je dat die mensen door schotten heen moeten. Ze hebben te maken met UWV, AWBZ en WA-verzekeraars. Tegelijkertijd moeten we zo snel mogelijk met die mensen verbetering zien te bereiken. Dat is wat we de komende jaren duidelijk willen maken en waarin we stappen willen zetten. In euro’s zou dat de samenleving heel veel schelen.”

Zorgplicht
Internationaal is de FSO actief als lid van de Fédération Européenne des Victimes de la Route (FEVR). Wiebe de Boer heeft in dit verband al diverse keren, onder meer op congressen in Brussel, Genève en Beiroet, Nederlandse standpunten en werkwijzen over het voetlicht weten te brengen. “We zijn in Nederland zeker op de goede weg”, aldus De Boer. “Toch kan het op veel punten nog beter en moet het ook beter. De komende periode moet daarom worden onderzocht of de verzekeraars de hulpverleners echt in staat willen stellen om aan verkeersslachtoffers de zorg te bieden die ze nodig hebben, zodat slachtoffers niet nog eens het slachtoffer worden. Verzekeraars hebben een zorgplicht. Dit maakt dat zij zich proactief dienen op te stellen in alle fasen van het rehabilitatieproces van de slachtoffers. Te vaak zijn slachtoffers overgeleverd aan de vertegenwoordigers van de letselschadebranche, waar winstgevendheid soms hoger in het vaandel lijkt te staan dan menslievendheid.”

Bron: PIV-Bulletin april 2012

« Terug